Onder Ogen
Tranen opgehoopt in groeven,
blauwe randen,
oud verdriet.
Zout uit weggespoelde dromen.
Jaarringen, die zij niet sliep.
Maar als geesten, spoken,
weggedoken,
verdedigt zij zich niet.
In de huid gekropen
van een leven
dat zij niet
onder ogen ziet.









